Vragen van de raad
| Datum | 8 november 2021 |
| Naam raadslid | Leo Aardenburg / Tamara Rutte |
| Fractie | LGV |
| Registratienummer | RV21.049 |
| Portefeuillehouder(s) | Wethouder Dinjens |
Onderwerp: logiesgebouw arbeidsmigranten te Velsen-Noord
Toelichting bij de vragen:
Op de website van NHD is op maandagmiddag een artikel verschenen met betrekking tot de komst van een logiesgebouw met 96 tweepersoonskamers voor buitenlandse werknemers. Tot onze verbazing is omtrent de komst van dit logiesgebouw naar omwonenden toe gecommuniceerd dat het college van B&W heeft aangegeven hier positief in te staan en een aantal voorwaarden heeft meegegeven voor de verdere uitwerking van het plan.
LGV heeft ten aanzien hiervan de volgende vragen.
Vraag 1
In de raadsvergadering van 4 maart jl. is het vigerende bestemmingsplan bedrijventerrein Velsen-Noord vastgesteld. Zowel in het raadsvoorstel (blz. 3) als in de toelichting bij het bestemmingsplan (blz. 12) staan nieuwe ontwikkelingen opgenomen. Daarnaast staat in de toelichting ook reeds bekende ontwikkelingen opgenomen. In dit overzicht van ontwikkelingen is niet opgenomen dat er bebouwing mogelijk gemaakt wordt op de locatie waarvoor nu het voorstel is ingediend. Bij nadere bestudering van de plankaart blijkt er echter wel een bouwvlak opgenomen te zijn ten behoeve van de bestemming gemengd.
LGV kan zich gelet op het vorenstaande niet aan de indruk onttrekken dat de raad ten behoeve van voormelde wijziging niet is geïnformeerd. Is het college het met LGV eens dat de raad inderdaad niet is geïnformeerd?
Zo ja, waarom is de raad niet geïnformeerd?
Zo nee, wanneer en op welke wijze is de raad dan over deze wijziging geïnformeerd?
Vraag 2
Zoals onder vraag 1 aangegeven is er dus een bouwvlak op de beoogde locatie opgenomen met de bestemming gemengd. In de bestemmingsplanregels is in artikel 5.1 opgenomen dat de voor gemengd aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. (bedrijfs)activiteiten die zijn genoemd in de bij de regels behorende Staat van bedrijfsactiviteiten functiemenging, tot en met op de verbeelding aangegeven maximale milieucategorie, met uitzondering van Bevi-inrichtingen;
b. horeca categorie 1;
met de daarbij behorende:
c. groenvoorzieningen;
d. waterpartijen en watergangen;
e. wegen, paden en parkeerplaatsen;
f. nutsvoorzieningen;
Daarnaast is er voor dit bouwvlak een specifieke vorm van gemengd aangeduid, namelijk sgd-2. In het reeds genoemde artikel 5.1 staat ten aanzien van deze specifieke vorm het volgende:
” ‘specifieke vorm van gemengd – 2’ (sgd-2) zijn tevens kantoor-, educatieve,- en sociaal-medische voorzieningen welke ondersteunend zijn aan de bedrijvigheid in het plangebied of welke gelieerd zijn aan Tata Steel toegestaan;”
Is het college met LGV van mening dat gelet op deze bestemming een logiesgebouw op de voorgenomen locatie helemaal niet passend is binnen de bestemmingsplanregels?
Zo ja, hoe is het dan mogelijk dat het college toch te kennen heeft gegeven onder voorwaarden welwillend tegenover het voorstel te staan?
Zo nee, wat is dan de motivering van het college dat het plan wel binnen de vigerende bestemming zou passen?
Vraag 3
Op de website van de initiatiefnemer corporatiekracht.nl valt te lezen dat in veel gevallen particuliere woningen worden gehuurd door uitzendbureaus om arbeidsmigranten te kunnen huisvesten. Deze woningen zijn daarmee niet meer beschikbaar voor andere woningzoekenden. Door de initiatiefnemer wordt het logiesgebouw gepresenteerd als oplossing. Zo valt er te lezen dat er afspraken worden gemaakt met de beoogde exploitant om bij voorrang het logiesgebouw te verhuren aan uitzendbureaus die al op andere plekken in de gemeente arbeidskrachten in woonhuizen hebben ondergebracht. Deze woningen komen daarmee naar zeggen van de initiatiefnemer vrij en de gemeente zal erop toezien dat deze woningen niet meer gebruikt zullen worden voor logies, maar beschikbaar komen op de woningmarkt.
LGV vraagt zich af of de gemeente wel beschikt over (juridische) mogelijkheden om af te dwingen dat deze woningen beschikbaar komen op de woningmarkt. Is het college van mening dat de gemeente inderdaad over mogelijkheden beschikt om af te dwingen dat de woningen beschikbaar komen op de woningmarkt?
Zo ja, op welke wijze kan het college dat dan afdwingen?
Zo nee, waar is deze “afspraak” dan op gebaseerd?
Vraag 4
In vervolg op vraag 3 het volgende. Als het college van mening is dat er mogelijkheden zijn om af te dwingen dat deze woningen beschikbaar komen op de woningmarkt, dan betekent dat ook dat het college zal moeten controleren of de woningen inderdaad beschikbaar komen op de woningmarkt en zal moeten handhaven op het moment dat de woningen toch niet beschikbaar komen op de woningmarkt. Heeft het college hiertoe wel voldoende ambtelijke capaciteit en dus ook BOA’s beschikbaar?
Voor maandag 15 november a.s. is er een inloopavond georganiseerd waar omwonenden zich kunnen laten informeren over het plan. Hierbij zal een vertegenwoordiger van de ontwikkelaar, de exploitant en de gemeente aanwezig zijn. Gelet hierop wensen wij voor 15 november a.s. antwoord te ontvangen op bovenstaande vragen.

